Over advocaten en contante (al dan niet zwarte) betalingen

Ik had me nog zo voorgenomen er helemaal niets over te schrijven, niet omdat de “waan van de dag” hier niet aan de orde zou mogen komen, maar juist ook omdat er al zo veel over wordt geschreven. Toch heb ik de afgelopen week bij diverse gelegenheden (recepties, etentjes, borrels) tekst en uitleg moeten geven aan diverse beroepsgenoten, cliënten en andere relaties.

Vandaar dat ik mijn mening en observaties maar even kort op dit weblog zet.

1) Contante betalingen komen – ook in de strafrechtpraktijk – voor. Daar is geen discussie over mogelijk, soms vergt een groot incassorisico het accepteren van een contante betaling. Er is een regeling voor – boven de 15.000 Euro overleg met de Deken – en die regeling geldt voor ons allen, of je het nu met de regeling eens bent of niet.

2) Contante betalingen dienen correct geboekt te worden in de administratie van het advocatenkantoor. Ook dit is een “no brainer”, het achterwege laten van die boekingen leidt tot – bij ontdekking – tot opsporing en mogelijk vervolging van fiscale fraude (vpB, OB, IB).

3) Strafrechtadvocaten zijn gewoon advocaat en dienen zich dus aan de gedrags- en beroepsregels te houden, net als de rest. Bij het lezen van het artikel in De Telegraaf van 22 september 2012 (p. 5 “Meesters in de aanval”) bekruipt mij het gevoel dat die opvatting nog niet gemeengoed is.  Eén van de geïnterviewden zegt daarin: “Het is wél Bram. Je kunt ook te open en transparant zijn. Een zaak als deze moet je rustig aanpakken”. Daarmee suggererend dat een BN-status tot een andere, minder beschadigende, aanpak zou moeten leiden.

 

Eerlijk gezegd zou ik me pas zorgen hebben gemaakt als de Deken van de Amsterdamse Orde – gelet op de bekende Nederlander-status van de betrokkene – niet tot een onderzoek had besloten of na een dergelijk onderzoek (als de uitkomsten niet geruststellend waren) slechts om een heel lichte straf (enkele waarschuwing) zou hebben verzocht.

Dat zou immers geschreeuwd hebben om het predikaat “klasse-justitie” of “door de beroepsgenoten afdekken van elkaar”. En daarmee zouden we verder het schip in zijn gegaan dan met wat er nu gebeurt, namelijk het in het openbaar verantwoording afleggen door de advocaat tegen wie een klacht is ingediend (overigens niet alleen door de Deken zo begrijp ik, maar ook door voormalige cliënten).

De strafrechtadvocaat werkt in een glazen huisje. Door nu al te simplistisch voor te stellen alsof de Orde aan “strafrechtadvocaat-bashing” doet, loopt de strafrechtadvocatuur het risico dat anderen eveneens in ieder geval de ramen van die glazen huisjes gaan ingooien. En daar schiet verder helemaal niemand wat mee op.

Kennisneming van uitspraken op www.tuchtrecht.nl (zie bijvoorbeeld LJN Ya3238 en YA3243) laat zien dat de Raad van Discipline – m.i. terecht – hard straft als het gaat om advocaten die excessief declareren of anderzins verzaken door bijvoorbeeld de vakkennis niet op peil te houden door het verplicht volgen van bijscholingscursussen.

Allemaal regels die er niets voor niets zijn en die bij niet-naleving ook zichtbaar gehandhaafd moeten worden. En daar kan denk ik het niemand – ook niet de “Meesters in de aanval”- mee oneens zijn.

 

 

Deel dit artikel op social media!
This entry was posted in Opinie and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *