Hoge Raad verwerpt beroep op Melo Tadeu in het belastingrecht maar verklaart cassatieberoep belanghebbende gegrond vanwege onjuiste winsttoerekening op basis van Nederlands/Belgisch belastingverdrag

Op 14 april 2014 heeft de Hoge Raad voor dezelfde belanghebbende een drietal arresten gewezen. In navolging van A-G Niessen heeft de Hoge Raad het beroep op Melo Tadeu (Melo Tadeu versus Portugal, EHRM 23 oktober 2015, 27785/10 ) verworpen. In cassatie was aangevoerd dat het oordeel van het Hof schending van de onschuldpresumtie opleverde nu het in stand laten van de belastingaanslag tot gevolg had dat schuld moet worden geconstateerd van belanghebbende aan hetgeen waarvan hij in een eerdere strafrechtelijke procedure is vrijgesproken te weten oplichting van de belastingdienst. Aan belanghebbende was oplichting van de fiscus ten laste gelegd vanwege het tussenplaatsen van een Antilliaanse NV teneinde de boekwinst op de transactie buiten het zicht van de Nederlandse fiscus te brengen en te houden. Hiervan was belanghebbende vrijgesproken. Het fiscale Hof had geoordeeld dat belanghebbende met het tussenplaatsen van de NV een valse voorstelling van zaken had gegeven en handhaafde de belastingaanslagen. A-G Niessen oordeelde dat het Hof de onschuldpresumptie wel had geschonden maar dat dit geen gevolg heeft voor de belastingaanslagen nu “de gevolgen die het Hof aan deze vaststellingen fiscaalrechtelijk heeft verbonden, los staan van zijn oordeel dat de belanghebbende het oogmerk had om de fiscus te misleiden”. De Hoge Raad volgde dit oordeel van de A-G. Wij zijn benieuwd wat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens hierover te zeggen zal hebben.

Ten aanzien van de toerekening van de winst tussen Nederland en België ging de Hoge Raad wel contrair. Het Hof had de door de in België woonachtige belastingplichtige behaalde winst uit onderneming met behulp van een Nederlandse vaste vertegenwoordiger geheel aan Nederland toegerekend. In afwijking van de A-G oordeelde de Hoge Raad dat dit oordeel onjuist was dan wel onvoldoende gemotiveerd. Hof Amsterdam dient zich nu hierover te buigen.

 

HR, 14 april 2017, 15/02201, ECLI:NL:HR:2017:676

HR, 14 april 2017, 15/02203, ECLI:NL:HR:2017:671

HR, 14 april 2017, 15/02197, ECLI:NL:HR:2017:673

Deel dit artikel op social media!
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *