Verkoopt u goederen en ontvangt u wel eens grote contante bedragen van uw klanten? De Wwft is eerder op u van toepassing dan u denkt!

Verkoopt u keukens, renpaarden of elektronica? Handelt u in machines of meubels, of legt u tuinen aan? Ongeacht het product dat u verkoopt kunt u te maken krijgen met de verplichtingen op grond van de Wet ter voorkoming van Witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Dit betekent dat u in bepaalde gevallen cliëntenonderzoek moet doen en ongebruikelijke transacties moet melden als u vermoedt dat de transactie verband houdt met witwassen of financieren van terrorisme. Doet u dit niet dan kan u zelf strafrechtelijk worden vervolgd. En daar wringt het: bij deze specifieke meldgroep ‘overige handelaren’ bestaat veel onduidelijkheid over – en onbekendheid met – de verplichtingen op grond van de Wwft.

De meldplicht geldt al geruime tijd voor een groot aantal (financiële) dienstverleners zoals accountants, belastingadviseurs, financiële instellingen, advocaten en notarissen. Ook handelaren in bepaalde zaken van grote waarde – denk aan voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen – waren al lange tijd verplicht om ongebruikelijke transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit (FIU). Sinds 2008 is de Wwft echter van toepassing op iedere handelaar in goederen.

Eenieder wordt geacht de wet te kennen, dus het kan geen kwaad de kennis eens op te frissen. Maar ook als u voor het eerst hoort van deze verplichtingen verkeert u in goed gezelschap. Terwijl deze meldgroep ‘overige handelaren’ uit meer dan 100.000 potentiële melders bestaat, werden er in 2015 blijkens het Jaaroverzicht van de FIU slechts door 13(!) instellingen ongebruikelijke transacties gemeld. Al sinds deze groep meldplichtig werd in 2008 wordt er opvallend weinig gemeld, zeker ook ten opzichte van andere meldgroepen.

In veel opzichten zijn de ‘overige handelaren’ buitenbeentjes binnen de Wwft; anders dan andere meldplichtige groepen hebben deze handelaren geen eigen toezichthouder, de groep is enorm én enorm divers, en bovendien bestaat voor deze groep alleen een subjectieve meldverplichting. Anders dan de ‘handelaren in zaken van grote waarde’ (voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen), die bij contante ontvangsten vanaf € 25.000 (ook) een objectieve meldplicht hebben, moeten de overige handelaren alleen melden als zij een betaling ontvangen boven de € 15.000 én zij het vermoeden hebben van witwassen of financieren van terrorisme. Die subjectieve beoordelingsruimte maakt het er niet eenvoudiger op, zeker niet nu er geen specifieke toezichthouder is aangewezen voor deze meldgroep.

De groep is bovendien zó divers dat de FIU de potentiële melders ook nauwelijks met voorlichtingscampagnes kan bereiken. Waar andere meldplichtige instellingen via brancheorganisaties, relatiedagen en campagnes door de FIU geïnformeerd worden over hun verplichtingen op grond van de Wwft, is het onbegonnen werk om iedere handelaar op de hoogte te brengen van de bestaande Wwft-verplichtingen. Gevolg: veel cliënten zijn stomverbaasd als blijkt dat zij (mogelijk) onder de Wwft vallen. Een groot aantal kan zich achteraf gezien ook concrete gevallen herinneren waarbij zij hun klanten hadden moeten identificeren, of zelfs hadden moeten melden.

Deze combinatie van factoren maakt dat de Wwft onder handelaren een onbekend en moeilijk te duiden fenomeen is.

 

Wat nu als je als handelaar onder de Wwft valt?

Op de eerste plaats moet de klant geïdentificeerd worden. Niet alle klanten, maar alleen de klanten die € 15.000 of meer contant betalen. Per transactie – tot zover lijkt het helder. Maar ook ‘samengestelde transacties’, dat wil zeggen handelingen waartussen een verband bestaat, moeten als één transactie worden gezien. Dat is nog te begrijpen in het geval er voor een keuken contant € 5.000 wordt aanbetaald en het restant van € 10.000 later contant wordt voldaan. In totaal gaat het om een transactie van € 15.000, en daarmee zijn de Wwft-verplichtingen van toepassing op deze transactie. Maar ook situaties waarbij het gaat om dezelfde klant, hetzelfde product, dezelfde bestelling (ook als deze in verschillende keren wordt geleverd), dezelfde levering (ook als deze betrekking heeft op meerdere bestellingen) en/of dezelfde betaling (ook als het gaat om verschillende producten) kunnen onder omstandigheden worden gezien als één samengestelde transactie. Dan wordt het al een stuk ingewikkelder, en wordt er veel van de oplettendheid van de ondernemer verwacht. Stelt u zich een bouwmarkt voor. Klanten worden over het algemeen niet geïdentificeerd. De aannemer die maandelijks voor een paar duizend euro contant spullen komt afrekenen, had ongemerkt geïdentificeerd (en wellicht ook gemeld) moeten worden. Het zal een opluchting zijn voor de Gamma en de Praxis dat het voor de FIOD ondoenlijk is om dit soort overtredingen te constateren. Maar een kleinere ondernemer met een persoonlijker klantcontact bevindt zich in een moeilijker situatie: hem kan eenvoudiger worden verweten dat het hem had moeten opvallen dat eenzelfde klant maandelijks contant inkopen kwam doen. Waarom is de klant niet geïdentificeerd? En waarom is er geen melding gedaan van een ongebruikelijke transactie? De klant betaalde toch immers altijd met kleine coupures (of juist met briefjes van € 500)?

De Wwft en de voor velen onbekende verplichtingen kunnen tot hachelijke situaties leiden. En dat is met name te wijten aan een wetgever die ruim baan kreeg/nam voor dit soort verstrekkende wetgeving – in de strijd tegen witwassen en terrorisme(financiering) is immers bijna alles toegestaan – maar ondertussen uit kostenoverwegingen een toezichthouder achterwege liet.

Deel dit artikel op social media!
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *